Natuur in Nederland
mooi en dichtbij.

Zoogdieren




De Vos (Vulpes vulpes)
Bijna iedereen kent de vos wel, is het niet uit de natuur, dan wel uit verhalen of sprookjes, De vos gaat door voor slim of sluw. Of je nu zo blij moet zijn wanneer je bekend staat als sluw, is nog maar de vraag.
De vos is veelal roodbruin van kleur en heeft een lengte tussen 50 en 80cm. Daar komt de staart van 32 tot 48cm nog bij. De schouderhoogte is 35 tot 40cm. Mannetjes zijn over het algemeen groter dan de vrouwtjes. 
De staart heeft vaak een witte punt, waarbij opgemerkt kan worden dat de hoeveelheid wit, enorm kan verschillen. De ene vos heeft slecht een paar witte haren, de andere een volledig witte punt. Ook heeft een vos een witte bef. 
In de winter zijn vossen vaak wat grijzer van kleur. In het voorjaar komt de roodbruine vacht weer meer door. De staart is lang, dik en ruig. 



Vossen jagen meestal alleen, meestal 's nachts en in de schemering,  in rustige gebieden jaagt hij liever overdag. Een vos is eet bijna alles. Hij kan goed rennen, tot 60 kilometer per uur, 6 tot 13 kilometer per uur de normale snelheid is.

Als prooi fungeren meestal kleine en middelgrote dieren, zoals grote kevers, muizen en andere knaagdieren, konijnen, hazen, vogels en eieren, regenwormen en egels. Ook vruchten en bessen (vooral bramen) worden gegeten, evenals aas, placenta's en afval. De vos is dus een alleseter. Kikkers, padden, mollen en spitsmuizen behoren niet tot de meest favoriete maaltijden, en zullen dus zo lang mogelijk met rust worden gelaten. In tijd van voedselschaarste zullen ook deze dieren er echter aan moeten geloven. 

Dagelijks moet een vos ongeveer vijfhonderd gram aan voedsel binnenkrijgen. Een vos doodt soms meer dan hij nodig heeft. Vooral op plaatsen waar meerdere prooidieren op elkaar zitten en niet kunnen ontsnappen, kan hij een ware slachtpartij aanrichten, bijvoorbeeld in kippen- of duivenhokken. Ook bij konijnenhouders zijn vossen berucht. Weidevogels vallen regelmatig ten prooi, en dan met name de jongen, aan de jagende vos. Voedsel wat "over" is wordt begraven en later weer opgezocht.




De Wezel  (Mustela nivalis)
De Wezel is het kleinste roof zoogdier ter wereld. Een vrouwtje weegt minder dan een muis: slechts 35 gram.  Mevrouw Wezel wordt tussen de 16 en 24cm lang en de staart maakt daar voor ongeveer 3 tot 9cm deel van uit.  Meneer is iets groter:  tussen 16 en 31cm lang waarbij een lengte van 6 tot 12cm voor rekening van de staart komt. Het gewicht van het mannetje is tussen 54 en 73 gram De kleur van man en vrouw is gelijk: Roodachtig tot kastanjebruine rugzijde en een witte buik. De grens tussen de onder en bovenkant is onregelmatig. Ook krijgen Wezels die in het hoge noorden leven, in de winter een geheel witte kleur. Dit komt in Nederland zo goed als niet voor, en blijft een groot deel van de bruine kleur aanwezig.  Op de keel hebben Wezels een witte vlek en de staart is roodbruin.  Het lijf heeft een doorsnee van ongeveer 4 tot 5cm. Het is geen zeldzaam diertje, maar laat zich niet veel zien. Soms heb je het geluk dat er overdag ineens een Wezeltje te voorschijn komt, en zich laat fotograferen. Het grote verschil met een Hermelijn, waar ze erg op lijken, is dat de Wezel geen zwarte punt aan de staart heeft.

Een Wezel voedt zich met ondermeer knaagdieren zoals muizen. Ook staan konijn, watervogels, kikkers, eieren, reptielen en insecten op het menu. Zoals je ziet deinzen Wezels er niet voor terug om prooien te vangen die veel groter zijn dan ze zelf zijn. 
Kenmerkend voor Wezels is, dat ze op de achterpoten kunnen gaan staan om de omgeving af te speuren op mogelijke prooidieren.



De Ree  (Capreolus capreolus)
Iedereen heeft vast wel eens een Ree gezien. De een noemt het een hertje, de ander een Ree. Het dier wat ik hier bedoel, is de Ree. De Ree is een algemeen voorkomend dier in Nederland en wordt veel gezien. Veelal in de schemering, maar ook steeds meer overdag. 
De Ree zoals wij die kennen, komt voor in een brede band van Westkust van Europa tot aan de Oostkust van Azie. 
Het mannetje, wordt reebok genoemd, het vrouwelijke dier reegeit.  De kleur kan uiteenlopen van grijs tot zwart, waarbij de "Reebruin" het meest voor komt. Zwarte dieren komen uit Duitsland en komen steeds vaker in Nederland voor.  Over het algemeen worden de dieren in de winter grijzer. In de aanloop naar het voorjaar zie je de grijze vacht uitvallen en de mooie reebruine kleur weer terug komen. Tijdens die rui, zien de dieren er niet op hun voordeligst uit.  Het lijkt dan soms wel alsof ze ziek zijn.
Een bok is te herkennen aan een gewei op de kop. Dit gewei valt ieder jaar, tussen oktober en januari af en groeit opnieuw aan en is ongeveer 25cm lang.
Een Ree is ongeveer een lengte van 95 tot 140cm lang en 60 tot 90cm hoog. Het gewicht bedraagt in volwassen vorm tussen 16 en 35kg
Reeën komen vaak in groepen voor, al worden er ook wel duo's of zelfs eenlingen gezien.