Natuur in Nederland
mooi en dichtbij.

 Bijzondere waarnemingen

 



Op de pagina Bijzondere waarnemingen komen foto's en informatie over vogels of zoogdieren die voor Nederland, bijzonder zijn. Denk hierbij aan dwaalgasten ed.



Roze Pelikaan (Pelicanus onocrotalus).
De Roze Pelikaan komt in Nederland niet algemeen voor. Tot 2015 waren er maximaal 10 gevallen bekend, waarbij het daadwerkelijk om een wilde Roze Pelilaan ging. Vogels die uit parken zijn ontsnapt tellen hierbij niet mee. 
De Roze Pelikaan is een vogel die thuis is in het Zuid-oosten van Europa, West en Centraal Azie en het Midden-oosten. Daar komt de Rose Pelikaan in grote groepen voor, waarbij ook in groepen wordt gevist. Vis is de hoofdvoedselbron voor deze Pelikaan.
De Roze Pelikaan wordt ook wel Witte Pelikaan genoemd. 
Dat dit een grote Pelikaan is, mag blijken uit de afmetingen:
Een volwassen Pelikaan is tussen 140 en 178 cm lang, heeft een spanwijdte van 270 tot 360cm. Het gewicht bedraagt 9 tot 10kg



De door mij vastgelegde Roze Pelikaan is zo goed als zeker een dwaalgast. De vogel is niet geringd en komt niet naar mensen toe. Ieder dieren/vogelpark zal hun dieren ringen. Ook een particulier is verplicht om in zijn/haar bezit zijnde vogels geringd te hebben. Dit om illegale handel te voorkomen. Het is bang voor schapen die bij de hem of haar in het weiland zitten. De Pelikaan heeft zich wel aangesloten bij een grote groep Ooievaars welke afkomstig zijn van het Ooievaarsstation een stukje verderop. Die worden dagelijks gevoerd met eendagskuikens. De Pelikaan schuift, bij gebrek aan ander voedsel, graag bij dit gezelschap aan tafel aan. Op die manier lijkt het niet geheel onmogelijk om de winter in Nederland door te komen. 



DRAAIHALS  (Jynx torquilla)
De Draaihals is de kleinste spechtsoort van Nederland.  De Nederlandse naam wijst op de  bijzondere manier waarop de vogel zijn kop 180graden kan draaien in alle richtingen. Ook strekt hij de nek in allerlei richtingen. De naam was dus voor de hand liggend. 
De Draaihals hoort thuis in de familie van de spechten. Het is een van de weinige spechten die niet zijn eigen nestholte in een boom uithakt, maar gebruik maakt van een reeds bestaande  broedholte in een boom.  De snavel is ook niet ontwikkeld om mee te hakken, zoals we dat van spechten kennen. De voedselkeuze van de Draaihals is dan ook anders: mieren. Mieren worden op de grond gepakt en daarbij komt de lange, kleverige tong goed van pas. 
De vogel heeft een uitstekende schutkleur: bruine, grijze en grijsachtige strepen vormen een patroon waarmee ze niet opvallen tegen boomschors.  Ook het kleine formaat van ongeveer 16cm helpt om het verborgen leven te leiden. Door horizontaal op een tak te gaan zitten  valt de Draaihals niet op in een boom. 
In Nederland is de Draaihals een zeldzame vogel: Er zijn maar 35-75 broedparen in heel Nederland. (telling volgens SOVON vogelatlas 2019).
In Drenthe komt de Draaihals dan ook zeer weinig voor. Soms wordt tijdens de trek naar het zuiden, een aantal individuele vogels waargenomen. Dit zijn dan meestal vogels op doortrek naar het zuiden.  Als broedpaar zijn ze nog altijd zeldzaam.   



Roodpootvalk (Falco vespertinus)

De Roodpootvalk is de Valk die aan het begin van mijn vogelfotografie hobby heeft gestaan in 2016. In 2016 was er een groep Roodpootvalken afgedwaald naar het Fochteloërveen.  Destijds had ik alleen maar een 300mm lens, waarmee deze Valken prima mee te fotgraferen waren. Dat is echter wel het moment geweest waarop ik besloot dat er een grotere lens moest komen ;)
Toen ik in September van dit jaar hoorde dat er een Roodpootvalk in Friesland was gesignaleerd, was het voor mij meteen duidelijk: Ik moest deze vogel opnieuw op de foto zetten, nu met de 600mm lens die ik inmiddels aan had geschaft. Toen ik dan ook hoorde dat de locatie niet heel ver van Havelte was, waren de plannen snel gemaakt en was ik op weg.
Het resultaat is een mooi collectie foto's van deze dwaalgast.

De Roodpootvalk komt oorspronkelijk voor in Oost-Europa en Azië.  In de winter trekken ze naar zuidelijk Afrika. Hun leefgebied bestaat uit gras- en bossteppen, hoogveengebieden en open plekken in het bos. 
Een Roodpootvalk is tussen de 28 en 34cm groot en heeft een spanwijdte van 65 tot 76cm. Dit silhouet komt overeen met de in Nederland voorkomende Boomvalk.  Het vrouwtje heeft een licht roestbruine kop en blauwgrijze bovenkant. Het mannetje is donker leigrijs met rood op de anaalstreek. Onvolwassen vogels hebben een gestreepte borst, geelbruine veerranden, een bruine kopkap en een gebandeerde straart. 
Hun voesdsel bestaat uit insecten, waarbij libellen veel worden genuttigd. Daarnaast eten ze ook kleine zoogdieren zoals muizen, maar een jong zangvogeltje welke net is uitgevlogen gaat er ook wel in. 
Libellen worden al vliegend in de lucht, van alle niet eetbare delen ontdaan, waarna het overgebleven deel wordt opgegeten. Muizen worden veel op een uitkijkpost, zoals een paal van een hek, opgegeten. 
In hun oorspronkelijke gebied gaan de aantallen achteruit. Er wordt geschat dat er nog tussen de 300.000 en 800.000 exmplaren voorkomen. In ons land komen ze sporadisch als trekvogel voor. Meestal in de voorjaarstrek. 




Blauwe Kiekendief (Circus cyaneus)

De Blauwe Kiekendief is een roofvogel uit de havikken familie. In Nederland komt deze soort voornamelijk als wintergast voor. De vogels zijn 45-55cm groot en hebben een spanwijdte van 97-118cm. Een volwassen vogel weegt tussen de 350 en 525gram. Mannetjes en vrouwtjes zijn goed te onderscheiden. Het mannetje is egaal blauw/grijs en heeft zwarte uiteinden aan de vleugels. Een gele iris is ook kenmerkend. Het vrouwtje is bruin met een kenmerkende witte vlek op de stuit. 

De Blauwe Kiekendieven komen in grotere aantallen voor in Zweden, Finland en Frankrijk alwaar ze ook broeden. In Nederland broeden een klein aantal op de Waddeneilanden. Daar fotografeerde ik in 2019 en 2018 dan ook een vrouwelijke Blauwe Kiekendief. De andere opnames zijn begin 2020 rondom Havelte gemaakt. Daar zitten bij Ansen, in ieder geval 2 mannen en een vrouw. Ze laten zich niet gemakkelijk fotograferen.
De populatie welke in hier in Nederland overwinteren is ongeveer tussen 400 en 800 exemplaren groot. Ze blijven veelal in de buurt van braakliggende landbouwgronden en open velden. Daar jagen ze laagvliegend op muizen, konijnen en kleine vogels. Slapen doen ze vaak met meerdere vogels bij elkaar. 
Een favoriete plaats om groepsgewijs te overnachten is in nat gebied. Daardoor is hun plek veilig voor predatoren, die een hekel aan natte voeten hebben. Slaapplekken zijn ondermeer te vinden in het Lauwersmeergebied en in het Fochteloërveen.